Wiljan van de Kruijs

Wiljan van Krake

Ik bied mijn runderen comfort met bijvoorbeeld stro in de stallen, veel tijd buiten en speciaal voer.

Op de boerderij waarvan rundveehouder Wiljan van de Kruijs sinds 2011 eigenaar is, worden al sinds mensenheugenis agrarische werkzaamheden verricht. “Op oude tekeningen van vroeger is zelfs al een boerderij ingetekend”, vertelt Wiljan trots. “De boerderij is al zeven generaties in onze familie en heette vroeger ‘Beij Krake’. Dat verklaart ook meteen mijn bijnaam.” Later, toen een van de dochters van de familie in het bedrijf kwam en met trouwen de naam van haar man aannam, is het ‘van de Kruijs’ geworden. Inmiddels draagt de boerderij al meer dan 100 jaar deze naam.

De ouders van Wiljan hadden een gemengd akkerbouwbedrijf met varkens en runderen, waarbij de aanwezige vleesrunderen voornamelijk voor de melk gebruikt werden. “Halverwege de jaren ’90 zijn mijn ouders gestopt met melken en begonnen met het fokken van stamboekrunderen”. Voor Wiljan in 2011 het bedrijf van zijn ouders overnam (er was inmiddels afscheid genomen van de varkenstak), heeft hij enkele jaren ervaring opgedaan in de sector. Daarbij is hij tot de conclusie gekomen dat afname in de regio zijn drijfveer is. “Mijn runderen zijn geboren en getogen in de Peel en daar met aandacht verzorgd en zo wil ik ook dat ze behandeld worden als ze hier weggaan. Vanuit mijn passie voor (het fokken van) runderen, bied  ik mijn 275 runderen comfort met bijvoorbeeld stro in de stallen, veel tijd buiten en speciaal voer. Dag en nacht ben ik bezig met het verzorgen van mijn runderen, waardoor de runderen én hun vlees onderscheidend in kwaliteit zijn. Dat is nodig bij fokrunderen én van toegevoegde waarde voor Ruyghveen.”

Als we Wiljan vragen naar een mooie anekdote over zijn boerderij, begint zijn gezicht te glunderen. Maar wat graag bespreekt hij de achtergrond van zijn bedrijf en familie. “Mijn opa ging vroeger op reis naar de Ardennen, een hele onderneming in die tijd. Hij kwam terug boordevol verhalen, waarvan dat over de ‘vale kuej’ me het meeste is bijgebleven. Opa was verbaasd over het ras koeien dat hij aldaar had gezien. Hij vond dat maar vreemd, ‘zo’n dieke vale kuej’. Hij moest eens weten dat ‘zijn’ stal er nu vol mee staat!”

Wiljan